Bezocht datum
Maandagochtend in Beveren
Het begon als een tussenstop. Een logische halte in een midweek door Vlaanderen, waar lost grounds elkaar als vanzelf opvolgen. Maar sommige tussenstops blijken achteraf helemaal geen tussenstop te zijn. Het Freethielstadion was er zo één.
Op maandagochtend lag het stadion er stil bij. Geen spelers, geen supporters, geen geluid. Alleen het zachte ochtendlicht dat een leeg stadion altijd net iets vriendelijker maakt. Ik liep zonder moeite naar binnen, een stukje geluk dat elke groundhopper herkent.
Aan drie kanten oogt het Freethielstadion verrassend toonbaar. Niet nieuw, niet glanzend, maar verzorgd genoeg om te laten zien dat hier nog steeds gevoetbald wordt. Juist daardoor springt die vierde tribune des te meer in het oog.
Aan de Klapperstraat staat het echte juweel. Een tribune die niet meer probeert te doen alsof. Verloederd, afgekeurd, afgesloten. Het onkruid heeft de trapopgangen teruggewonnen, de hekken zijn dichtgebonden en doeken hangen als uitgewaaide herinneringen aan betere tijden. Sinds 2012 is de tribune niet meer in gebruik en dat zie je. Maar juist daarom is ze prachtig.
Ik stond er foto's te maken toen een man opdook. Groundsman, vermoed ik. Koffie in de hand, routine in zijn pas. Ik sprak hem aan over de tribune. Hij knikte.
"Niet meer toegankelijk. Veiligheid."
Hij vertelde dat de andere tribunes voorlopig voldoende capaciteit bieden. Pas als Beveren ooit terugkeert naar het profvoetbal, gelden er andere eisen en zal de tribune weer een rol moeten spelen.
Maar toen gebeurde iets dat alleen in dit soort stadions bestaat.
Hij liep naar het hek, legde zijn hand op het slot en keek even om zich heen.
"U mag niet naar binnen..." zei hij, terwijl hij de deur op een kier zette.
Daarna gaf hij een knipoog.
Een half uur lang had ik de tribune voor mezelf. De stilte, de roest, de geschiedenis die nog in iedere balk en trede leek te hangen. Ik liep langs de tribune alsof ik door een oud verhaal wandelde dat nog niet helemaal was uitverteld.
Toen ik klaar was, schoof ik het hek weer dicht. Precies zoals ik het had aangetroffen.
De groundsman kwam terug, glimlachte en maakte nog een foto van mij met mijn sjaal; mijn bewijs dat ik er geweest ben.
We wensten elkaar een fijne dag. Hij liep terug naar zijn koffie, ik vervolgde mijn route door Vlaanderen.
Maar telkens als ik nu aan het Freethielstadion denk, zie ik niet als eerste die vervallen tribune. Ik zie een man die zegt dat ik ergens niet naar binnen mag...
Gelukkig staat er altijd wel een deur open.