Er zijn van die momenten waarop je niet terugdenkt, maar terugvalt. Niet naar een tijd, maar naar een gevoel. Zo’n gevoel dat ruikt naar nat gras, klinkt als een stuiterende bal op een verhard modderveld en smaakt naar limonade uit een plastic bekertje. Ik had zo’n moment. In Leeuwarden. Op een veld waar niemand keek.

De bal halen was heiligDaar stond hij. Een oud doel. Geen museumstuk, geen retrodesign. Gewoon een eerlijke, afgeleefde poort naar de jeugd. Wit, maar niet fris. Roestig, maar niet vergeten. Het soort doel dat niet vraagt om VAR, maar om verbeelding. En ik zag het meteen: dit was het doel van mijn kinderjaren. Of in elk geval zijn tweelingbroer. Geboren ergens begin jaren ’70, opgegroeid in de jaren ’80, en nu gepensioneerd op een trainingsveld waar de tijd geen haast heeft.

Het net hing erbij alsof het zich verontschuldigde. Gaten, knopen, rafels. Een soort visnet dat nooit vis ving, maar wel dromen. En het mooiste was: je moest altijd de bal halen. Altijd. Scoorde je? Dan haalde de keeper ‘m. Mikte je naast? Dan was jij de sjaak. Heldere afspraken. Geen discussie. Geen looplijnen of pressing. Gewoon eerlijkheid in zijn puurste vorm.

De doelpalen waren mijn jeugdplaatjes. Eén kant wit, de andere kant bruinverroest. Niet door de regen, maar door noppen. Want keepers tikten altijd hun modder af tegen de paal. Dat hoorde zo. Dat deden ze op Studio Sport ook. En dus deden wij het ook. Zelfs als we geen keeper waren.

Hoe dichter ik bij dat oude doel kwam, hoe jonger ik werd. Mijn rug rechtte zich als vanzelf, mijn voeten jeukten om te rennen en mijn hoofd fantaseerde over een bal die nét over ging. Zodat ik ‘m mocht halen. Want dat was het mooiste: de bal halen van het hoofdveld. Langs de lijnen, tussen de bladeren, met het gevoel dat je iets belangrijks deed. Iets groots. Iets wat alleen kinderen begrijpen.

Ik had niets liever gewild dan doorlopen. Niet om te scoren. Maar om te halen. Want soms is terughalen mooier dan vooruitgaan....

De bal halen was heilig
Stadionautist kijkt naar het voetbal zoals het echt is: rommelig, ontroerend, absurd. En precies daarom de moeite waard.

Deel deze pagina