Bezocht wedstrijd
Bezocht datum
Een stadion dat weigert vergeten te worden
Dertig jaar vriendschap laat zich niet samenvatten in een paar zinnen, maar het voelt altijd alsof we terugvallen in dezelfde rolverdeling zodra we met z’n allen in een huisje staan, dit keer in een buitenwijk van Gandia, waar een van ons een plek heeft gekocht die onmiddellijk werd uitgeroepen tot het nieuwe hoofdkwartier van onze jaarlijkse mannenweekenden. Een bonte verzameling mannen, sommigen met een zwak voor voetbal, anderen vooral met een zwak voor bier, maar geen echte groundhoppers. Dat ben ik dan weer. En dus wist iedereen eigenlijk al dat ik een missie had, nog voordat ik het zelf uitsprak.
“Je gaat toch niet wéér naar dat stadion?” vroeg iemand, half grijnzend, half smekend. Natuurlijk ging ik weer. Mestalla is geen stadion dat je één keer bezoekt. Het is een plek die blijft hangen, een plek die je nog iets te zeggen heeft, een plek die je bijna verwijtend aankijkt als je te lang wegblijft. En nu de bouw van Nou Mestalla eindelijk weer in beweging is, tikt de klok. Het afscheid komt dichterbij, en ik wilde het oude stadion nog één keer voelen zoals het bedoeld is: vol, rauw, steil en levend.
Mijn eerste bezoek, in mei 2021, was een middag die nog altijd ergens in mijn geheugen schuurt. Hier schreef ik destijds dit verhaal over. De protesten tegen Peter Lim hadden het stadion leeggetrokken en de straat ervoor juist volgestroomd. Duizenden supporters met gele borden, zingend, roepend, maar zonder wanklank, terwijl binnen acht uitsupporters, een paar familieleden en vier Nederlandse groundhoppers zich afvroegen of ze per ongeluk een besloten oefenpotje hadden bijgewoond. Ik zat hoog, bijna tegen de hemel aan, en keek meer naar de protesterende massa buiten dan naar het veld. Het was voetbal als decorstuk, en de echte wedstrijd speelde zich op straat af. Het voelde onaf. Alsof Mestalla me nog iets verschuldigd was. Of ik het stadion.
En dus stond ik nu, bijna vijf jaar later, opnieuw voor de hoofdingang. De helft van onze groep was op bierjacht, de andere helft bleef bij mij hangen in de zon. Ik stuurde een foto naar mijn groundhopmaatjes en kreeg vrijwel direct terug: “Ik mis de band!” En precies op dat moment kwam de band de hoek om. Alsof Mestalla me een knipoog gaf.
Ze verzamelden zich voor de ingang, klommen het balkon op en begonnen te spelen. Geen monotone trommels, maar een vrolijke, opzwepende mix van ritmes die door de straat rolden en de gevels deden trillen. Een dweilorkest met trots, met een soort zelfbewuste charme die alleen in Valencia werkt. De anderen kwamen terug met bier, de zon brandde zacht, en terwijl we samen wachtten op de spelersbus voelde ik hoe de spanning zich als vanzelf opbouwde. Dit hele voorspel — de band op het balkon, de muziek die door de straat golft, de mensen die dichterbij komen staan, het moment waarop de bus de hoek om draait en wordt onthaald alsof er een finale gespeeld wordt — is precies wat Mestalla zo eigen maakt. Het is een ritueel dat elke thuiswedstrijd opnieuw wordt uitgevoerd, een ceremonie die je nergens anders in Spanje op deze manier ziet, en het was dit deel dat ik de vorige keer nauwelijks had kunnen ervaren door alle protesten. Nu kon ik het eindelijk proeven zoals het bedoeld is: als het theaterstuk vóór de wedstrijd, de voorpret die bijna belangrijker voelt dan het voetbal zelf.
Na nog een biertje zochten we onze ingang en begon de klim. Mestalla is steil, maar niet zomaar steil. Het is een stadion dat je uitlacht terwijl je naar boven klautert, alsof het wil zeggen: kom maar, laat maar zien wat je waard bent. Met de tong op de schoenen bereikte ik de tweede ring. Eerste rij. Klinkt mooi. Is het niet. Precies op ooghoogte liep een stalen buis, waarschijnlijk bedoeld als extra veiligheid, maar vooral een reminder dat romantiek en realiteit elkaar in Spaanse stadions nog weleens kruisen.
Staan was onmogelijk, en dus keek ik jaloers naar links, naar het uitvak van Espanyol, waar zo’n tweeduizend man zich had verzameld in een zee van blauw-wit lawaai. “Denk je dat je daar tussen kunt staan?” vroeg ik aan een vriend. “Geen schijn van kans.” “Tien euro dat het wel kan.” Tien minuten later zag ik hem de anderen aanstoten en naar mij wijzen. Weddenschap gewonnen.
En daar stond ik, in de hoek van Mestalla, tussen de uitsupporters, tussen de energie, tussen de chaos. Mestalla is een stadion dat niet gelooft in strakke scheidingen. Als je wilt staan, dan sta je. Als je wilt voelen, dan voel je. De eerste helft bewoog ik mee met de massa, de laatste tien minuten pakte ik een andere hoek mee, simpelweg omdat dit stadion het verdient om van meerdere kanten geproefd te worden.
Na rust voegde ik me weer bij mijn vrienden, dit keer om eens als voetballiefhebber te kijken. Valencia speelde met de wanhoop van een ploeg die elk seizoen flirt met degradatie. En toen, in de dying seconds, gebeurde het. De spits van Valencia begon vier meter vóór het contact al aan zijn val, een soort artistieke interpretatie van een schwalbe die zelfs in Barcelona applaus zou krijgen. Penalty. Natuurlijk penalty. Het paste perfect in het Spaanse theater dat ik inmiddels ben gaan waarderen.
Het stadion ontplofte. De steile tribunes trilden, de lucht werd dik van adrenaline, en heel even leek Mestalla zichzelf te overstijgen. Dit was waarom ik terug moest komen. Niet voor het perfecte voetbal, maar voor dit. Voor een stadion dat weigert vergeten te worden.
Er klonk af en toe nog een “Lim Go Home”, een paar gele borden waren weer binnengesmokkeld, en hoewel de protesten minder fel zijn dan in 2021, zijn ze nog altijd aanwezig. Kiat Lim is nu president, de bouw van Nou Mestalla is herstart, 2027 is het doel, maar niemand in Valencia durft nog echt te geloven in deadlines. Toch beweegt er iets. En dat maakt het oude stadion nog kostbaarder.
Mijn eerste bezoek was een protestlied. Mijn tweede een liefdesverklaring met branie.
En nu is het aan jou. Ga, voordat het te laat is. Voel de steilte, hoor de band, laat Mestalla door je botten trillen. Want straks is het voorbij, en dan kun je alleen nog zeggen dat je erbij was, dat je het hebt gevoeld, dat je het oude Mestalla nog hebt meegemaakt voordat het veranderde in een herinnering waar groundhoppers elkaar fluisterend over vertellen.