Bezocht wedstrijd
Bezocht datum
Sommige steden nestelen zich al vroeg in je hoofd nog voordat je er ooit een voet hebt gezet. Keulen was voor mij zo’n stad. In de jaren tachtig, toen de televisie nog maar een paar zenders telde en voetbal op zaterdagavond standaard een Duits accent had, keek ik ademloos naar Die Sportschau. Daar paradeerde 1. FC Köln in maagdelijk wit over het veld, met een steenbok als mascotte en een stadion met een sintelbaan die net zo Duits was als bratwurst en bier. Namen als Claus Aloffs, Pierre Littbarski en Harald “Toni” Schumacher galmden door de woonkamer. En op Rosenmontag keek ik naar de carnavalsoptocht alsof het een sprookje was. Keulen was magie. Een openluchtpretpark waar alles mocht, zolang het maar samen gebeurde.
Maar tijden veranderen. Het oude Müngersdorfer Stadion werd begin deze eeuw gladgestreken tot het commerciële RheinEnergieStadion. Functioneel, commercieel, onmiskenbaar modern. Mijn blik verschoof. Weg van het grote decor, richting de zijpaden, naar het Südstadion, de thuishaven van Fortuna Köln. Gebouwd in 1979, maar met de ziel van een ouder stadion: sintelbaan, staanplaatsen, en een permanente waas van melancholie. Ironisch genoeg spelen de beloften van 1. FC Köln er ook.
Toen ik er twee jaar geleden eindelijk was, bleek het stadion hermetisch afgesloten vanwege het EK. Trainingslocatie, beveiliging, hekken. Verboden terrein voor stadionautisten zoals ik. Gelukkig bestaan er oplettende volgers op social media. “Köln heeft nóg een parel.” En zo verscheen Sportpark Höhenberg op mijn radar.
Vrijdag 28 februari 2025
De zon zakt langzaam weg achter de bomen van een groot park. Het is mijn tweede bezoek aan Keulen en opnieuw blijft het hek van het Südstadion gesloten. Geen gaatje, geen klimoptie en overal mensen. Het carnavalsweekend is begonnen en de stad is verkleed.
Vandaag voelt dat minder als een gemis. Mijn bestemming ligt aan de oostkant van de Rijn, in het stadsdeel Höhenberg: Sportpark Höhenberg, een tip die twee jaar heeft liggen rijpen.
Sportpark Höhenberg werd in 1941 geopend als Flughafenstadion. In 2012 kreeg het een nieuwe hoofdtribune maar het stadion verloor zijn karakter niet. Zoals zoveel Duitse stadions is het omringd door bomen, waardoor het open karakter iets intiems krijgt. Geen façade, geen grootspraak. Gewoon voetbal, ingeklemd tussen woonwijken, alsof men het liever beschermt dan toont.
Via een rustige straat wandel ik mee met groepjes uitsupporters van FC Saarbrücken richting het stadion. Bij elk verkeersbord klimt een man op leeftijd omhoog om er een sticker op te plakken. Ritueel werk. Aandoenlijk en een tikje tragikomisch. Aan het einde van de straat splitsen onze wegen. Zij naar het uitvak, ik naar de poort van het avontuur.
Een stadion vol contrasten
Binnen de hekken valt meteen iets op. De ultra’s van Viktoria Köln staan achter het doel, direct naast het uitvak. Dezelfde route, dezelfde ingang. In Nederland zou dit gelden als een logistieke nachtmerrie, hier haalt niemand zijn schouders op. We zeggen het nog maar eens hardop: het kán dus gewoon.
Opvallend ook: het uitvak is groter dan het thuisvak van de ultra’s. En alsof dat nog niet genoeg is, staat er aan de overzijde van het veld, bij de cornervlag, een eenzame mini-tribune. Los van alles. Alsof men daar per ongeluk een stadiononderdeel heeft achtergelaten.
Het is carnaval en dat zie je. Clowns, piraten en ergens loopt zelfs een verdwaalde Teletubbie. Als kind keek ik met open mond naar de optocht op televisie. Nu sta ik hier als nuchtere Hollander tussen verklede Viktoria-supporters, licht verbaasd, maar nergens op mijn hoede. Het is gemoedelijk. Heel gemoedelijk. Saarbrückers en Viktorianen staan gebroederlijk bij de braadworstkraam. Niemand kijkt op of om.
Op de hoofdtribune krijg ik een spoedcursus clubgeschiedenis. Viktoria Köln is jong, amper vijftien jaar oud, ontstaan uit de noodlijdende jeugdafdeling van SCB Viktoria Köln. Het jaartal 1904 op het shirt verwijst naar FC Germania Kalk, een van de vele voorgangers. En hoewel de club in de 3. Liga speelt, een niveau hoger dan stadsgenoot Fortuna Köln, blijft het een buitenbeentje. Dat feitje wordt met een brede grijns doorgegeven. Letterlijk en figuurlijk aan de andere kant van de Rijn.
Pyro, bier en een verborgen tribune
Met een biertje en een braadworst klim ik het vak op. Achter ‘Piet Piraat’ heb ik prima zicht op het veld. Saarbrücken opent met pyro en blijft zingen alsof het leven ervan afhangt. Na de 0-1 volgt opnieuw vuurwerk. De stadionspeaker waarschuwt dat pyro verboden is en tot boetes leidt. Vijf minuten later: weer pyro. Een glimlach kan ik maar nauwelijks onderdrukken.
Mijn blik blijft hangen bij die kleine, losstaande tribune. Tijdens de rust wordt het mysterie opgelost. Duitse regelgeving schrijft voor dat een stadion minimaal tweehonderd zitplaatsen voor uitsupporters moet hebben. Dus bouwde men een mini-tribune, ver weg in een hoek, met daartussen een buffervak van een halve veldlengte. Het ziet eruit als een vergissing maar het is beleid. Duits grondgebied, Duitse logica.
De wedstrijd eindigt in 1-2. Beide ploegen bedanken hun supporters en ik begin aan de terugtocht. Tot nu toe verliep alles vredig, maar buiten wacht een scheidingswand. Politie, stewards, omleidingen. Uit veiligheidsoverwegingen moeten we om het sportpark heen lopen om vervolgens in een zijstraat tegen de stroom Saarbrückers in terug te lopen. Angst is ook hier nooit helemaal afwezig.
Keulen is een stad vol tegenstrijdigheden. Warm en koel tegelijk. Intiem en afstandelijk. Het stadion is geen kolos. Geen icoon. Maar het heeft karakter.
En soms is dat genoeg.
Alááf, Höhenberg. Tot de volgende optocht.