Bezocht wedstrijd

AC Milan - Lazio Roma

Bezocht datum

29-11-2025

Stadio San SiroEr zijn stadions die je bezoekt en er zijn stadions die je beleeft. San Siro behoort zonder twijfel tot die laatste categorie. Het is geen gebouw van beton en staal, het is een levend organisme dat ademt, zingt en soms zelfs fluistert. Al jaren stond het op mijn verlanglijst, als een bedevaartsoord dat geduldig wachtte tot ik eindelijk mijn kaartje zou kopen. Toen de berichten kwamen dat de gemeenteraad instemde met verbouwing, misschien zelfs afbraak, wist ik: dit is nu of nooit. Want hoe vaak krijg je de kans om een fresco te zien voordat iemand er een lik latex overheen gooit?

De aanloop begon al ver van het stadion. Op een plein, nog ruim buiten de schaduw van de torens, stond een merchandisekraampje waar het al druk was. Sjaals, shirts, vlaggen, alles rood-zwart. En tussen de Ibrahimović- en Maldini-shirts hing een vaantje van de Champions League-finale van 2025. PSG had Inter met liefst 5-0 verslagen. ‘ULTIMO SFORZO PER IL TRIPLETE’, stond erop. Laatste poging voor de treble. Voor vijftien euro kon je het kopen. Pure supportershumor. Milanisti lachten, Interisti keken weg. En ik? Ik kocht het niet, maar ik snapte het wel.

Stadio San Siro
Begin jaren negentig zat ik vaak voor de televisie, Rai Uno op de achtergrond. AC Milan in zijn gloriejaren. Van Basten, Gullit, Rijkaard. De grote drie. Na elk doelpunt zag je de supporters naar beneden stromen, alsof ze dichter bij hun helden wilden zijn. Het was typisch Italiaans. De ultrabeweging, de pyro die de nacht rood kleurde, de passie die zelfs door het scherm heen brandde. Het stadion was geen decor, het was een hoofdrolspeler. En eerlijk is eerlijk, wie van doelpunten houdt, wie van optimisme houdt, kon in die tijd moeilijk om Milan heen. Inter had zijn catenaccio, zijn defensieve reputatie, maar ik wilde de bal zien dansen, niet wachten tot hij stilviel.

En dan sta je daar, eindelijk. In die torens die trillen als een betonnen orgel wanneer duizenden voeten tegelijk bewegen. Je voelt het halverwege de spiraaltrap. Een lichte vibratie, alsof het stadion zelf ademhaalt. Je ziet stoeltjes die scheef staan, alsof dadaïsme ook een tribune verdient. Het zijn geen grapjes van de architect, eerder een knipoog van het beton zelf. Je gaat zitten, voelt dat wiebeltje, en ineens lijkt elk doelpunt tien procent dramatischer. Alsof het stadion zelf meedoet in de emotie. Een decor dat niet neutraal wil zijn, maar zachtjes meespeelt. Je hoort de Curva Sud die tien seconden achterloopt met juichen, alsof er eerst een geheim bevel moet worden doorgegeven. Je voelt de koude tocht op driekwart hoogte, een Alpenwind die je eraan herinnert dat Italië niet altijd zon is.

En ergens in dat geheel staat een steward in een fluorescerend hesje. Officieel aangesteld om orde te bewaren, maar San Siro is geen plek voor orde. Dus grijpt hij zijn kans. Hij roept niet alleen ‘sedetevi’ of ‘calma’, hij voorziet het hele vak van improvisatie. Hij wijst naar een laatkomer en zegt dat die beter bij Inter had kunnen gaan zitten. Hij geeft een denkbeeldige schoonmoeder de schuld van een gemiste kans. Hij imiteert de scheidsrechter met een gebaar dat meer weg heeft van commedia dell’arte dan van arbitrage. Het publiek lacht, soms lacht het hem uit, maar hij blijft doorgaan. Hij is de geheime stand-up van de avond. Een cabaretier in hesje die de tribune een extra laag geeft.

Stadio San Siro
San Siro is theater, maar ook ironie. Officieel heet het Stadio Giuseppe Meazza, naar een Inter-legende. Milanisti weigeren die naam, en ik snap ze. Want hoe neutraal ik ook probeer te zijn, er is altijd dat lichte tikje richting AC Milan. Niet omdat Inter geen schoonheid kent, maar omdat het te lang bekendstond om wachten, rekenen en verdedigen. Ik ben een liefhebber van het spel, van doelpunten en optimisme. En doelpunten, dat was Milan. Toch glimlach ik om de folklore van de eerste wedstrijd in 1926, toen Milan met 6-3 verloor van Inter. Het stadion lachte toen al om partijdigheid.

Misschien is San Siro wel de perfecte spiegel van Milaan. Een stad die balanceert tussen grandeur en chaos. Milaan is modehoofdstad, maar ook industriestad. De stad van Armani en Prada, maar ook van Fiat en Pirelli. Net als San Siro is Milaan een plek waar schoonheid en ruigheid elkaar ontmoeten. Loop door de Galleria Vittorio Emanuele II en je ziet marmer, glas en elegantie. Loop door de wijk San Siro en je ruikt salamella, bier en beton. Beiden zijn Milaan. Beiden zijn theater. Het ene voor haute couture, het andere voor curva choreografie.

Voor een Nederlander is San Siro meer dan een stadion. Feyenoord won hier in 1970 de Europacup I, een finale tegen Celtic die de Rotterdamse ziel voorgoed veranderde. Oranje speelde hier in 1990 tegen Duitsland, een beladen duel met het beruchte Rijkaard–Völler-incident. En natuurlijk de grote drie van Milan: Gullit, Rijkaard, Van Basten. Zij maakten San Siro tot een tweede thuis voor Nederlandse voetballiefhebbers. Later kwamen Seedorf, Davids, Stam, Van Bommel, Huntelaar, Emanuelson... Sommigen kort, sommigen langer. Maar allemaal droegen ze bij aan die echo van oranje in rood-zwart.

Stadio San SiroMaar bovenal is er melancholie. Het idee dat dit stadion misschien verdwijnt, schuurt. Alsof iemand de Duomo wil vervangen door een winkelcentrum. Het is melodrama, ja, maar terecht melodrama. Want San Siro is niet zomaar beton. Het is geheugen. Het is ziel. En toch is dat misschien de essentie van voetbal. Dat stadions komen en gaan, maar herinneringen blijven. Dat je een stadion kunt afbreken, maar niet de echo’s van gezangen of de vibratie van torens.

Wat een stadion. Wat een ziel. En dit willen ze verbouwen. Of erger nog, afbreken. Het idee schuurt, maar misschien hoort dat erbij. Stadions zijn net spelers. Ze worden ouder, krijgen scheuren, worden onhandig en te duur gevonden. En op een dag zegt iemand dat het tijd is voor iets nieuws.

Maar ik was er. Ik liep door je torens, voelde je trillen, rook je salamella’s en hoorde je fluisteren. Ik zag het spel niet alleen, ik zag jou. En wat ik gezien heb, neem ik mee. Dat kun je niet verbouwen. Dat kun je niet slopen.

San Siro leeft nu verder waar het altijd al thuishoorde. In herinneringen. In verhalen. En in beton dat nog even weigert te zwijgen.

San Siro

Video

Fotogalerij

  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza
  • Stadio Giuseppe Meazza

Deel deze pagina