Bezocht datum
Seattle: drie stadions, twee stops, één minuut binnen
De roadtrip door het westen van Amerika begon niet op Highway 101, maar in een parkeergarage in Seattle. Een auto zo groot dat hij eigenlijk een eigen postcode verdiende. Een rijdende flat. Een Amerikaanse overdrijving op wielen met zijn immense grille die groter is dan mijn ambitie. Perfect voor een stad die sportstadions bouwt alsof ze meedoen aan een wedstrijd “wie kan het grootst”.
Voordat we richting de Californische kust zouden zakken, moest er eerst iets anders gebeuren. Een ritueel. Een warming-up. Stadions spotten. Seattle is daar gemaakt voor. Vanuit de Space Needle zie je het meteen: een stad die zijn sporttempels niet verstopt, maar tentoonstelt.
Beneden, bijna onder je voeten, ligt Memorial Stadium. Een stadion dat zich schaamt voor zijn eigen bestaan en zich daarom maar half in het groen verstopt. En verderop, de ruige haven met haar oude pakhuizen, staan de twee grote jongens. CenturyLink Field met zijn groen-blauwe dak en bogen die lijken te zeggen: kom maar, we kunnen je hebben. En daarnaast T-Mobile Park, industrieel, hoekig, een stadion dat eruitziet alsof het elk moment een vrachtwagen kan inladen. Voor een Stadionautist is dit geen skyline. Dit is een menukaart.
CenturyLink Field: één minuut geluk
Van buitenaf is CenturyLink Field een kolos; 67.000 stoelen. Alles groot, alles efficiënt. Brutaal, puur Amerikaans machtsvertoon. En soms moet je een beetje geluk hebben. Een groep mensen in pak loopt naar buiten. De laatste man wilde de deur dichttrekken... en bam! Ik dook ertussen, met een charmante glimlach en een brutale "Just one minute, please?" De beveiliger keek me aan alsof ik een indringer was, wat ik ook was, en gromde: "One minute. That's it." Streng maar niet onvriendelijk. Eén minuut. Zestig seconden stadiongeluk.
Ik ren niet. Ik kijk. Ik adem. Een leeg stadion is nooit echt leeg. Het zingt zachtjes. Het fluistert. Maar dit stadion fluistert in het Engels, en ik spreek toch liever de taal van oude tribunes in Europa.
Mijn hart bonkte als een drum in een vol stadion. Geen tijd voor mijn sjaal, geen tijd om de echo's van juichende fans te voelen. Het was groot, modern, maar miste die knusse intimiteit die Europese stadions zo verslavend maakt. Een minuut is te kort om het te begrijpen maar lang genoeg om het niet te vergeten.
T-Mobile Park: gesloten deuren en open vragen
Op naar T-Mobile Park, het honkbalheiligdom van de Mariners, slechts een loopafstand verderop tussen de vervallen pakhuizen die de buurt een gritty vibe geven. De Left Field Gate lokte me met neonroze letters en silhouetten van swingende spelers, pure uitnodiging voor een Stadionautist. Voor de poort stond een bronzen Ken Griffey Jr., de legende, die je welkom heet alsof je een oude vriend bent.
Maar de hoofdingang was een fort met slot en grendel. Ik sloop naar een achterdeur, waar twee bewakers me opwachtten als wachters bij een verboden tempel. "Sorry, man, alleen open op gamedays," zeiden ze met een mix van verbazing en medelijden alsof ik een vreemde hobby heb. “Waarom zou je een leeg stadion willen zien?”
Waarom niet? Omdat architectuur ook ademt. Omdat stilte soms meer vertelt dan een wedstrijd. Omdat stadions verzamelen een vorm van reizen is. Noem het een stedentrip voor gevorderden. Ik probeerde ze te overtuigen met mijn beste stadionverhalen, maar nee. In Seattle blijft de deur dicht en worden twee bewakers ingehuurd om dat uit te leggen. In Europa lachen ze je uit maar laten ze je wel binnen. Ik maak foto’s van buiten. En besluit dat baseball, ondanks alle Amerikaanse romantiek, niet mijn sport is.
Memorial Stadium: gezien van boven
Memorial Stadium, het domein van de Seattle Cascades, spotte ik alleen vanaf de Space Needle: een bescheiden juweeltje dat zich schuilhoudt in het groen, als een underdog die wacht op zijn moment van glorie. Maar toch: het telt. Alles telt.
Drie stadions, één minuut binnen
Groundhoppen is soms proberen, soms glippen. Soms mislukken. Soms wachten voor een dichte deur. Maar als Stadionautist gaat het om de jacht: de spanning van het sluipen, de teleurstelling die je sterker maakt, die ene triomf die alles waard is. En af en toe telt één gestolen minuut meer dan een hele rondleiding.
De volgende ochtend rijden we weg in onze veel te grote Ford, zuidwaarts, de kustwind in ons gezicht, op weg naar San Francisco. Seattle verdwijnt in de achteruitkijkspiegel. Maar die drie stadions blijven hangen. Vooral die twee bewakers bij T-Mobile Park,die mij aankeken alsof ik een hobby had die nog niet was uitgevonden.
Misschien hadden ze gelijk. Misschien is stadionliefde een soort melancholie. Een verlangen naar plekken waar je nooit echt thuishoort, maar toch even mag zijn.
En soms is één minuut genoeg.